Traumatherapie

Terwijl het woord 'traumatherapie' een associatie van zwaarte en hevige emoties oproept, is dit werk juist heel zacht, langzaam en subtiel.


Bij innerlijk kind werk werken we vaak met veel energie, met emoties en ‘verhalen’ (bijv. “hoe ging dat vroeger thuis?”). Bij traumawerk werken we veel subtieler, veel kleiner en nòg lichamelijker. Het gaat echt om de somatische ervaring, het be-leven. Eigenlijk is het gebruik van het woord 'trauma' hierbij enigszins misleidend: het gaat namelijk niet (alleen) om grote "trauma’s", maar om alle gebeurtenissen (kan ook minder groot zijn, of een herhaaldelijk of langdurig patroon) die voor jouw zenuwstelsel te groot en te indringend waren/zijn om te verwerken. Ze gingen/gaan over jouw grenzen heen en overspoel(d)en jou.

 

Het zenuwstelsel reageert dan met een heel primaire reactie: vechten of vluchten. Toen we klein waren (en nu soms nog) was het echter soms/vaak niet mogelijk om te vechten of te vluchten. Wat we daarom deden is deze vecht- of vluchtreactie  ‘bevriezen’, we hebben hem vast gezet in ons lijf, in ons zenuwstelsel. Dit zorgt soms nu nog steeds voor activatie (stress) in ons systeem. De relatief nieuwe inzichten uit de traumatherapie bieden ons de kans deze reacties en bewegingen alsnog af te maken en de spanning te ontladen. Deze ontladingen zijn meestal heel subtiel, niet te vergelijken met de ‘emotional release’ van het innerlijk kind werk. Op deze manier komt het systeem (eindelijk) tot rust en wordt ook het zelfregulerend vermogen hersteld.